Roze jas

Roze jas

Een mevrouw die ik nog niet eerder in de wasserette gezien heb komt binnen. Ze pakt een lichtroze jas uit haar tas en legt hem op de balie. “Kan deze gestoomd worden?” Ik bekijk de jas. Het is een lange, wollen mantel. Hij ziet er wat afgedragen uit en zit vol met vlekken. De kraag lijkt eerder grijs dan roze en in het midden van de voering zit een scheur.

Ik vraag haar naam om die in het klantenbestand te zetten, maak een bon en noem haar het te betalen bedrag. Wat verrast zegt ze: “Oh, moet ik vooraf betalen?” Als ik haar vraag bevestigend beantwoord, pakt zij haar portemonnee en zoekt naar het geld. Ik zie dat haar nagels netjes gelakt zijn. Haar gezicht is rimpelig. Om haar wangen kleur te geven heeft ze flink wat rouge opgedaan. Haar roze lippenstift zit er net iets naast.

Met de portemonnee wil het kennelijk niet zo lukken. Ze kijkt op en zegt: “Dan moet ik straks nog even naar de bank, maar dat geeft niet hoor!” “U kunt ook pinnen”, probeer ik haar te helpen. “Nee, hoor, het gaat zo wel”, reageert ze. “Ik moet alleen wel genoeg geld overhouden. Ik moet straks namelijk nog bloemen kopen.” Haar gezicht staat opeens bedroefd. “Mijn zus wordt vandaag begraven.” Ik voel met haar mee en condoleer haar met haar verlies. Ze bedankt me en even valt er een korte stilte. “En dan is het ook nog zo’n rotweer!” Ze knikt met haar hoofd naar buiten en kijkt wat in de verte. “Ik zie er zó tegenop. Zo’n mooie meid was ze. Maar ze kon niet meer. Het was op. En dan komen die kinderen met hun verdriet en dat vind ik zo zielig.” De tranen springen in haar ogen. “Nou ja…”  zucht ze berustend. Ze vouwt haar tas zorgvuldig op en probeert zich te herpakken.

Een fel piepje bij de deur kondigt de binnenkomst van een volgende klant aan. We ronden ons gesprek af, alsof we over koetjes en kalfjes hebben gepraat. Terwijl ze zich omdraait zegt ze nog: “Ik begrijp het wel als de jas niet helemaal schoon wordt hoor! Hij is ook zo vies. Maar dan is hij in ieder geval wel weer wat frisser.” Ik beloof haar dat we heel erg ons best gaan doen en wens haar sterkte.

Terwijl ik bezig ben met het aannemen van nieuw stoomgoed zie ik haar vanuit mijn ooghoeken langzaam de winkel uitlopen. Buiten staat ze even stil. Dan slaat ze rechtsaf, op naar de bloemenwinkel.

 

Toen Joeri van Beek een bijbaantje zocht naast haar kunstenaarschap ‘Schoonheid van het Niets’ kwam ze bij een wasserette/stomerij terecht. Na een tijdje gingen de wassen tegen haar ‘praten’: welke persoon zal er achter die ene was zitten, wat is zijn of haar verhaal? Zo zijn de verhalen van ‘WASGOED’ ontstaan.