Nee, toch?

Nee, toch?

Een ouderwets uitziende opa-figuur loopt de wasserette binnen. Hij wil een broek laten stomen. Zorgvuldig legt hij een grijze broek op de toonbank. Hij zoekt naar twee grote vlekken die hij wil laten zien maar kan ze niet direct vinden. Ik zie dat de hele broek vol met allerlei vlekken zit en zeg hem dat hij er rekening mee moet houden dat niet alles eruit zal gaan. “Nou dat is geen probleem hoor” zegt hij goedmoedig, “U zult vast uw best doen!”

Terwijl ik wacht tot de vriendelijke meneer zijn pincode intoetst om te betalen, valt mij op dat hij er een beetje onverzorgd uitziet. Op zijn overhemd zitten meerdere vlekken rond zijn borst. Vlekken die mijn opa altijd probeerde te voorkomen door een servet in zijn hemd te vouwen. Die techniek heeft deze meneer kennelijk nog niet onder de knie. Ik fantaseer dat hij misschien vroeger een vrouw had die ervoor zorgde dat hij er een beetje netjes uitzag, maar dat hij nu alleen achtergebleven is.

Als ik hem de bon geef kan ik het niet laten om er iets van te zeggen. “Volgende keer kunt u ook uw overhemd brengen; die is ook aan een schoonmaakbeurt toe”, zeg ik. De man kijkt verbaasd en buigt met moeite zijn kin op zijn borst.  Dan ziet hij de vlekken; “Nee toch!” roept hij verschrikt uit. “Echt waar?” “Wat erg!” “Misschien wilt u even in de spiegel kijken, achter u”, wijs ik. Hij draait zich voorzichtig om en bekijkt de schade. “Nou ja”, probeer ik hem gerust te stellen, “U bent bij ons aan het goede adres.” “Wij kunnen uw overhemd weer helemaal tiptop maken.”

Er komt een andere klant met wasgoed binnen. Terwijl ik die help inspecteert de oude man zichzelf nog altijd in de spiegel. Als we weer alleen in de winkel zijn vraagt hij bezorgd: “Kan ik zo wél koffie gaan drinken, denkt u?” “Ik heb het allemaal een beetje anders gedaan.” Hij wijst op zijn overhemd en schuift zijn stropdas wat heen en weer. Ik zie nog steeds duidelijk alle vlekken zitten. “Natuurlijk!” jok ik. “En daarna gewoon lekker thuis een schoon shirt aandoen en deze volgende keer meebrengen als u uw broek komt ophalen.”

“Ja, zó ga ik het doen” zegt hij. Tevreden met deze oplossing loopt hij opgewekt de winkel uit.

 

Toen Joeri van Beek een bijbaantje zocht naast haar kunstenaarschap ‘Schoonheid van het Niets’ kwam ze bij een wasserette/stomerij terecht. Na een tijdje gingen de wassen tegen haar ‘praten’: welke persoon zal er achter die ene was zitten, wat is zijn of haar verhaal? Zo zijn de verhalen van ‘WASGOED’ ontstaan.