Het verhaal achter de vrolijke wastas

Het verhaal achter de vrolijke wastas

Ik sta achterin de winkel de was op te vouwen als ik de winkeldeur hoor opengaan; ik zie een vertrouwd gezicht en een bekende tas. Zoals altijd heeft de vrouw die binnenkomt haar opvallende, lichtblauwe wastas bij zich. Die tas is versierd met vrolijke citroenschijfjes. Ze vertelde me een keer dat ze haar tas daardoor altijd makkelijk kan vinden als ze hem weer komt ophalen. Inmiddels koppel ik mevrouw en de tas blindelings aan elkaar.

Ze heeft de tas zoals altijd met een lintje vastgebonden aan een soort onderstel van een boodschappenkarretje. “Het wordt allemaal zo zwáár” zucht ze als ik haar tas van het karretje til. “Eén kleine mangelwas en graag het dekbedovertrek in de lengte vouwen.” antwoord ze me op mijn vraag wat ik voor haar kan doen.

Ik herinner me dat ze me eerder eens vertelde dat haar strak gemangelde beddengoed haar trots is als haar vriendinnen langskomen. “Vanuit mijn woonkamer kun je naar achteren mijn slaapkamer inkijken, omdat ik de deur altijd open laat staan. Mijn vriendinnen zeggen altijd dat mijn bed er zo netjes uitziet en daar geniet ik dan van.” “Mooi klein geluk”, dacht ik toen.

Als we afgerekend hebben en ik het tijdstip door heb gegeven wanneer de was klaar is om weer opgehaald te worden, maak ik een compliment over haar haar. Het valt me op dat het er zo keurig gekapt uitziet. “Bent u net naar de kapper geweest?” vraag ik. “Nee, hoor!” zegt ze, “maar ik weet hoe je het bij moet houden. Dat heb ik geleerd toen ik in het buitenland woonde. Kijk…, je moet eerst al je haar naar voren kammen…” ze buigt haar hoofd en rug om het te laten zien, “…en daarna moet je weer alles naar achteren kammen, maar dan wel in model, begrijpt u wel”. Ik knik begripvol. “Als dat gelukt is, moet je er nog wat haarlak overheen spuiten, want het waait vandaag een beetje en anders heb je alles voor niets gedaan…”

Nadat ik haar een fijne dag gewenst heb, blijft ze nog wat aan haar karretje staan frutselen. Ik ga inmiddels door met mijn werk; stop vuile was in een machine en ben bezig om zeep toe te voegen. Dan begint ze weer tegen me te praten, een beetje aarzelend: “Ik vergeet de laatste tijd zoveel. Dat is zo irritant! Als een vriendin me belt om iets privé af te spreken heb ik gewoonweg geen idee of ik kan. Ik heb nu twee agenda’s bij de telefoon liggen en daar kijk ik dan in. Dat is toch vervelend? Vroeger wist ik al mijn afspraken uit mijn hoofd.”

De toon van haar stem verandert nu van onzeker naar beslist: “Ik zal u vast maar even waarschuwen…” -ze kijkt me indringend aan en beweegt haar wijsvinger op en neer in mijn richting-  “…Ouderdom komt met gebreken, dan weet u dat maar vast.”

Tja, zo heb ik weer een levensles geleerd vandaag. Eéntje die ik eigenlijk wel ken, maar waarvan ik hoop dat ik die pas ergens in mijn verre toekomst zelf in praktijk ga meemaken.

Dat het nog maar lang mag duren; eerst nog de droger leeghalen…

 

Toen Joeri van Beek een bijbaantje zocht naast haar kunstenaarschap ‘Schoonheid van het Niets’ kwam ze bij een wasserette/stomerij terecht. Na een tijdje gingen de wassen tegen haar ‘praten’: welke persoon zal er achter die ene was zitten, wat is zijn of haar verhaal? Zo zijn de verhalen van ‘WASGOED’ ontstaan.