Eigenlijk wel leuk hier!

Eigenlijk wel leuk hier!

Vandaag is de eerste dag na mijn vakantie dat ik weer werk. Mijn brein heeft de informatie over kassasystemen, wasmiddelen en namen van klanten nog even op de achterste plank geparkeerd. Op de voorste plank staan de vergezichten in de Italiaanse bergen, fijn gezelschap, de smaak van lekkere gerechten en goede wijnen, lekker uitslapen en nog zo wat van die dingen die een vakantie een vakantie maken. Even wennen dus… Na een uurtje zit ik er echter weer helemaal in en ga ik voortvarend te werk. Vaste klanten komen met hun wassen; praatje hier, praatje daar; dekbedden worden opgehaald en lakens gemangeld. Zo kabbelt de ochtend voort als gewoonlijk.

Ik stop net een vuile was in een machine als een mevrouw – al vóórdat ze helemaal binnen is – met harde stem laat weten dat ze één bonte en één witte was heeft. Ik kijk op, zie dat ze hier nieuw is en zeg haar beleefd gedag. Op mijn vraag of ze haar was zelf wil doen of dat ze het door ons wil laten doen reageert ze luid: “Wat is dat nou weer voor rare vraag! Ik wil gewoon twee tassen met was doen!” Het valt me op dat ze haar steile haar strak achterover in een staart draagt; de losgelaten pieken heeft ze achter haar oor geschoven. Haar onopgemaakte gezicht ziet er wat rood en opgezwollen uit en haar stem verraadt jaren van roken.

 

Ik weeg haar was en vertel haar dat ze twee kleine machines nodig heeft, maar dat er op het moment maar één vrij is. Ik laat haar de keuze om óf een half uur te wachten óf om in plaats daarvan direct een grote machine te gebruiken waarvoor ze dan wel iets moet bijbetalen. “Wat is dit allemaal voor onzin” roept ze verontwaardigd. Ik wil gewoon mijn was doen. Dat is toch niet zo ingewikkeld?” Ik merk op dat ik alleen maar wil meedenken over wat voor haar het handigst is. Mijn goedbedoelde opmerking maakt echter totaal geen indruk op haar.

 

Met veel moeite komen we tenslotte uit op een grote en een kleine machine, waarbij ze nog wel even kwijt moet dat ze het erg duur vindt. Als ze gaat betalen pakt ze contant geld uit haar portemonnee, houdt dat in haar hand en gaat vervolgens voor de pinautomaat staan. “Wilt u pinnen?” vraag ik. “Ja, hè, hè, waarom denk je dat ik hier sta?” zegt ze bijna stampvoetend. “Jeetje, wat een gedoe zeg!” Ze rolt met haar ogen en zwaait ongeduldig met haar pinpas in de lucht.

“Moet ik nou ook nog zélf mijn was erin doen?” zegt ze even later verongelijkt. Driftig begint ze haar tassen door de winkel te slepen. Ik help haar met het toevoegen van zeep en het instellen van de juiste temperatuur. Als haar was eindelijk draait zegt ze opeens: “Ja, sorry hoor, ik ben een beetje overspannen; dat kan gebeuren toch!?” Terwijl ze haar tassen achterin de winkel zet, hoor ik haar mompelen: “Theedoeken zijn belangrijk om af te drogen, dat is het leven van een huisvrouw; gewoon blijven lachen; we gaan gewoon door…”

 

Ze gaat wat ongemakkelijk dichtbij de wasmachines zitten. Ik vertel haar dat het drie kwartier duurt voordat de was klaar is en dat ze intussen best even de winkelstraat in kan lopen als ze dat zou willen. “Kun je iets duidelijker praten”, snauwt ze. “Misschien ben ik wel doof en misschien ook niet!” Ik herhaal mijn opmerking en even later loopt ze de winkel uit. Inmiddels zit mijn werktijd er voor vandaag op en ben ik stiekem een beetje opgelucht dat ik de vrouw nu misloop als ze haar was gaat drogen.

 

De volgende dag komt ze de winkel weer binnenlopen. In haar hand een plastic tas met vuile was. Ze begroet me best vriendelijk. Ze draagt haar haar los en heeft een walm van sigarettenrook om zich heen hangen. Ze weet haar weg nu beter te vinden en is rustiger.

 

Mijn collega maakt een kort praatje met haar en geeft haar een kopje koffie. De vrouw is inmiddels weer aan het mompelen geslagen over vaatwasmachines en drogers.

 

Plotseling kijkt ze om zich heen. “Eigenlijk wel leuk hier” zegt ze.

 

 

Toen Joeri van Beek een bijbaantje zocht naast haar kunstenaarschap ‘Schoonheid van het Niets’ kwam ze bij een wasserette/stomerij terecht. Na een tijdje gingen de wassen tegen haar ‘praten’: welke persoon zal er achter die ene was zitten, wat is zijn of haar verhaal? Zo zijn de verhalen van ‘WASGOED’ ontstaan.