Een hele lieve was

Een hele lieve was

Een vaste klant van de wasserette wil een overhemd laten repareren. Hij haalt een blauw-wit gestreept overhemd uit zijn tas en legt het op de balie. “Kunt u er alstublieft twee knoopjes aan naaien? Eén knoopje heb ik er los bijgedaan en één knoopje zit als reserve knoopje aan de binnenzijde van het overhemd genaaid”, legt hij uit. Ik vertel wat de kleine reparatie gaat kosten en dan begint hij te vertellen.

“Ik heb vroeger alles van mijn moeder geleerd: knopen aannaaien, kleine reparaties, wassen, strijken enzovoort. Ik was 18 en ging het huis uit om te gaan studeren. Die laatste zomer thuis heeft ze me van alles geleerd. Ik vond dat natuurlijk niet zo interessant, maar later heb ik erg veel plezier gehad van deze vaardigheden. Ik heb mijn moeder vaak in stilte bedankt! Maar nu ben ik bijna 80; mijn ogen en handen doen het niet meer zo goed, ik ben te oud geworden.”

“Te oud geworden”, die woorden hoor ik vaker hier in de wasserette. Het is moeilijk, dat ouder worden: de achteruitgang in de dingen waar je goed in was, het verlies van dierbaren, afhankelijk van anderen worden en vaak ook de eenzaamheid. De wassen die oudere mensen hier brengen laten het mij ook zien. De versleten stof, de verwassen kleuren en de rafels zijn tekenen van de onvermijdelijke neergang. Ik zou er somber van kunnen worden…

Gelukkig zijn er ook aandoenlijk mooie momenten! Zo verzorg ik elke week de was van een oudere dame. Ze levert haar vuile was, altijd keurig opgevouwen in een iets te kleine tas, in bij mijn collega. “Echt een heel vriendelijke mevrouw.” zegt hij telkens als hij terugkomt van het bezorgen. “Altijd beleefd en aardig én een mooie fooi. Zo wil ik wel honderd adresjes hebben!” zegt hij vaak.

Aan haar wastas hangt een label waarop ze met bibberhandschrift haar naam en adres heeft geschreven. Elke week haal ik er dezelfde voorwerpen uit: nachtjapon, laken, kussensloop, handdoeken, theedoeken, vaatdoekjes, washandjes, servetten en ondergoed. Haar was voelt inmiddels vertrouwd voor mij. Ik weet niet of je het van een was kunt zeggen, maar ik vind dit echt een hele lieve was. Iedere week lijkt haar bescheiden wasgoed iets ouder geworden te zijn.

Met liefde vouw ik telkens weer versleten ondergoed en gerafelde washandjes keurig op tot rechte stapeltjes. Totdat ze op een keer opeens vervangen zijn door nieuwe. Wat fijn, denk ik dan, dat ze dit nog doet; misschien wel dankzij lieve mensen om haar heen die haar helpen. En dan hoop ik dat later – als ik oud ben – ik dit ook zal hebben…!

Toen Joeri van Beek een bijbaantje zocht naast haar kunstenaarschap ‘Schoonheid van het Niets’ kwam ze bij een wasserette/stomerij terecht. Na een tijdje gingen de wassen tegen haar ‘praten’: welke persoon zal er achter die ene was zitten, wat is zijn of haar verhaal? Zo zijn de verhalen van ‘WASGOED’ ontstaan.