Dierbaar dekentje

Dierbaar dekentje

Mevrouw houdt met beide handen een vlekkerig vergeelt dekentje vast. “Kunt u dit misschien reinigen?”, vraagt ze voorzichtig. Ik kijk naar het dekentje en vraag me af waarom ze het niet weggooit in plaats van geld uit te geven aan de stomerij. “Ik durf nu pas te komen”, vertelt ze me zacht. “Het is inmiddels 3 jaar geleden.” 

Gelukkig staan er geen andere klanten in de winkel, dus ik kijk haar bemoedigend aan, zodat ze haar verhaal kan vertellen. “Het was het kleedje van mijn poes”, vertelt ze. “Hij lag hier altijd op. Aan het eind van zijn leven bijna de hele dag, want toen was hij erg ziek. Hij was mijn alles. Ik kan het nu pas aan om het weg te brengen.  Hij heeft er natuurlijk ook wat ongelukjes op gehad, dus reinigen is wel een goed idee….”

Ik vertel mevrouw dat we de vlekken er waarschijnlijk niet uit kunnen krijgen, maar dat het na behandeling wel weer helemaal fris zal zijn. Met moeite laat ze het dekentje los.

Na een paar dagen zie ik haar de winkel weer inkomen. Ze levert haar ophaalbonnetje in. “Is het gelukt?”, informeert ze nieuwsgierig. Ik haal het ingepakte, gereinigde dekentje van de plank en geef het aan haar. Eerst lijkt ze een beetje te schrikken. “Het is wel héél goed schoon geworden”, mompelt ze zachtjes. Dan vouwt ze het dekentje resoluut op en bergt het zorgvuldig op in haar tas. “Ik ben tóch blij dat ik de stap genomen heb”, zegt ze. Als ze de winkel uitloopt lijkt haar rug iets rechter.