De verdwenen zakdoek

De verdwenen zakdoek

Ze kwam de winkel binnen met een air van iemand die personeel gewend is. Netjes aangekleed, maar niet tiptop. Alsof ze dat vroeger wel was, maar het leven haar nu een beetje overgenomen heeft. Haar haar is aan twee kanten met speldjes vastgeschoven, maar een paar haren zijn ontsnapt aan het strenge regime.

Mevrouw heeft haast en wil snel geholpen worden. “Ik heb een ruime machine nodig” zegt ze gebiedend. Nadat ze haar was daarin heeft gedaan, vraagt ze op hoge toon of ik de machine voor haar aan kan zetten. Als ik dat vervolgens heb gedaan vraagt ze hoe dat nou met de zeep zit. “Heeft u er nog geen zeep ingedaan?” vraag ik beleefd. De mensen die hun was zelf doen in de wasserette doen dat namelijk altijd zelf. “Nee, natuurlijk niet! Ik weet toch helemaal niet hoe dat moet!” zegt ze geïrriteerd. Een zweetdruppel openbaart zich op haar vluchtig gestifte bovenlip. In haar stem klinkt lichte paniek: “Gaat het nu langer duren? Ik heb namelijk weinig tijd!” Ik probeer alles zo netjes en snel mogelijk voor haar in orde te maken, maar ik merk dat haar irritatie me begint aan te steken.

Als ik haar een kopje koffie aanbied, ontdooit ze een beetje. Zo heeft ze het graag, lijkt het, bediend worden. Ze gaat op de stoel voor de wasmachine zitten, trekt haar kleding recht en fatsoeneert haar haar. Ze komt iets meer tot rust en wordt weer een beetje dame.

Het is vandaag druk met klanten die zelf hun was komen doen. Mannen, vrouwen, van allerlei pluimage. De één wacht tot zijn was klaar is, de volgende staat al bij de drogers, iemand anders probeert wat lakens netjes door de mangel te krijgen, terwijl weer een ander de was aan het opvouwen is. Het valt me op dat deze mevrouw op geen enkele manier contact legt met de andere zelfwassers. Voelt zij zich beter dan de rest? Verwacht ze een speciale behandeling? Ik weet het niet, maar krijg toch de indruk dat ze zichzelf zo tekort doet.

Nadat haar was in de droger zit, meldt ze zich weer. Ze is een zakdoek kwijt. Of ik de machine die zij heeft gebruikt wel gecheckt heb voordat ik er nieuwe was in heb gedaan. “Ik heb niets gezien, maar ik check juist altijd als ik de was erúit haal”, merk ik fijntjes op. “Kunt u dat dan straks nakijken?” vraagt ze, terwijl ze me dwingend aankijkt. “Natuurlijk”, antwoord ik zo neutraal mogelijk. “Nou wordt het nóg later”, moppert ze, alsof het allemaal mijn fout is.

Als de betreffende machine klaar is haal ik stuk voor stuk het wasgoed er uit, zorgvuldig kijkend of ik de zakdoek zie. Mevrouw kijkt geconcentreerd mee. Het zal haar toch niet gebeuren dat die juffrouw van de wasserette haar zakdoek ontvreemd! De zakdoek wordt niet gevonden. Terwijl ik opper dat ze ook nog eens thuis kan kijken, betrap ik me erop dat het me een vreemd soort genoegen schenkt dat de zakdoek er niet tussen zit.

Vlak voordat mevrouw weg gaat kijkt ze verschrikt door het raam naar buiten. “Zie ik daar nou mensen met paraplu’s lopen?” informeert ze geshockeerd. “Het régent toch niet?” Ik slik een opmerking in dat het wel heel grappig zou zijn als alle mensen buiten met paraplu’s zouden lopen, terwijl het droog is, maar knik bevestigend. Ook dát nog, moppert ze voordat ze verongelijkt de winkel uitloopt.