Bruine strepen

Bruine strepen

Wat zullen ze denken in de wasserette van de bruine strepen in de lakens? De klok tikt en tikt. Het geluid weerkaatst in de kamer. Hij hangt boven het tafeltje waar foto’s in verschillende lijstjes zijn uitgestald. Het lijken wel foto’s uit een andere wereld. De chauffeur zal me toch niet vergeten zijn? Het is nu al half 10 en hij komt soms al om 9.00 uur. Het is vandaag toch wel donderdag? Ja, want gisteren kwam Eefje nog van de thuiszorg en die komt altijd op woensdag. Aardige, opgeruimde vent trouwens, die chauffeur. Hij begroet me altijd allervriendelijkst. Maar hij is altijd weer zo snel weg en dan gaat de klok weer zo tikken.

Vooral de nachten vind ik moeilijk. Toen was het ook gebeurd met dat laken. Ik heb er maar een handdoek overheen gelegd en mijn nachtjapon verschoond. Gelukkig heb ik er daar twee van. Was nog een hele tour trouwens. Ik ben de laatste tijd zo stijf. Dat lichaam heeft er niet zo’n zin meer in. Vroeger, ja, vroeger, toen was het wel anders. In de tijd dat ik Teun leerde kennen en we zo verliefd waren dat we elkaars hand niet konden loslaten. Toen rende ik soepeltjes door de weiden en zwommen we naakt in zee. Toen deed mijn lichaam nog precies wat ik wilde. Dat vonden we vanzelfsprekend. Ach, Teun, wat hadden we het mooi samen. Wat mis ik hem. De jas aan de kapstok heb ik nooit weg kunnen doen. Misschien kan ik die ook een keer laten wassen of moet dat gestoomd worden? Ik zal het eens aan de chauffeur vragen. Waar blijft hij nou. Zal de bel het wel doen? Ik moet eigenlijk plassen, maar dan zal je net zien dat de was gehaald wordt. Even ophouden maar.

Wat zal ik gaan doen vandaag? Ik kan niet alleen naar buiten. Zou wel lekker zijn. Gewoon even op het bankje zitten naast de speeltuin, zoals laatst, toen de buurvrouw me van de trap had geholpen.

Vorige keer kwam er zo’n alleraardigst meisje me opgewekt haar nieuwe pop laten zien. Haar moeder glimlachte trots vanaf een bankje verderop. Ik heb zo bewonderend mogelijk gekeken en toen fladderde ze alweer huppelend weg. Mooi was dat.

Ah, daar is hij. Nu niet te snel opstaan, want dan word ik zo duizelig. Rustig naar de gang lopen, en niet struikelen. Eerst langs de bank, de tafel. Rustig, hij wacht wel. Volgende keer kan ik beter alvast op een stoel in de gang gaan zitten. Knopje intercom. Zo, gelukt. Dag Jan, ja, mooi weertje hè, vandaag. Heb je weer schone was meegenomen? Wat fijn. Kun je het hier in de gang zetten? Deze was kan mee. Hoeveel krijg je ook alweer van me? Wil je nog koffie? Of nee, je moet zeker direct weer verder. Nou, tot de volgende keer hè?

9.45 uur. Ik kijk om me heen. De dag kan beginnen. De klok tikt onverbiddelijk door.